Yorn Theary (24) werkt sinds vier jaar in de Din Han fabriek waar onder meer kleding voor Adidas wordt geproduceerd. Ze werkt tien tot twaalf uur per dag, zes dagen per week. Inclusief overwerk verdient ze 220 tot 230 Amerikaanse dollar (ca. 178 euro) per maand. “Als de sportmerken ervoor zouden zorgen dat wij een goed minimumloon hebben, hoeven wij niet langer iedere dag over te werken om te overleven.”

De 27-jarige Phouk Chroch spreekt zich behoedzaam uit over zijn werk in de fabriek New Mingda, die Puma- en Adidas-sportkleren maakt. Tien jaar werkt Chroch nu in de kledingindustrie, en nog steeds heeft hij geen contract van onbepaalde duur: “ik heb bij verschillende fabrieken gewerkt en ik krijg iedere keer weer een contract voor drie maanden.”

Als algemeen secretaris van Cambodja’s grootste onafhankelijke vakbond Coalition of Cambodian Apparel Workers Democratic Union (C.CAWDU), partner van Wereldsolidariteit en ACV, zet Kong Athit zich in voor kledingarbeiders. C.CAWDU is onder meer betrokken bij onderhandelingen over het minimumloon en gaat geregeld in gesprek met de sportmerken.